Ik weet het nog goed, ik was 24 jaar en werkte bij mijn eerste echte baan. Het was tijd voor het jaarlijkse functioneringsgesprek. En ik kreeg te horen dat ik niet zo kritisch moest zijn op mezelf.

Mijn leidinggevende zei: Volgens mij heb jij honderden ideeën, maar de meeste heb je zelf al afgeschoten voordat je ze wereldkundig maakt. Het hoeven echt niet allemaal top-ideeën te zijn voordat je ze laat zien of horen. Geef ons de kans om ze te zien.

Hoewel het me is bijgebleven, moet ik eerlijk bekennen dat ik niet zo heel veel met zijn advies heb gedaan. Veel ideeën zijn in mijn hoofd gebleven en zijn daar bedolven onder alle beren op de weg die ik heb bedacht. Alleen de ideeën waar ik heel enthousiast over word of de ideeën die opkomen op de dagen dat mijn innerlijke criticus het wat rustiger aan doet, hebben een schijn van kans.

Want het is die innerlijke criticus die mijn ideeën al afschiet voor ze het licht hebben gezien, die de beren met bosjes op mijn weg smijt en die mijn enthousiasme ondermijnt.

Vandaag las ik de tekst:
“Als er sprake was van een misdrijf of een ernstige vorm van wangedrag, zou ik uw aanklacht uiteraard ontvankelijk hebben verklaard, maar aangezien het een geschil betreft over woorden en namen en uw eigen wet, moet u zelf maar zien wat u doet; over die zaken wil ik geen recht spreken.”
en dacht, wow wat een coole rechter. Zo zou ik ook wel recht mogen spreken, als mijn innerlijke criticus weer eens los gaat.

Ik dacht ook, dit moeten alle mensen lezen die een innerlijke criticus hebben die demotiverende woorden en gemene bijnamen verzint. Een innerlijke criticus die zijn eigen wetten verzint en daar naar veroordeelt. Hier moet ik over schrijven! En hoewel mijn innerlijke criticus even tegenstribbelde over dit, en ik quote hem hier, “onzinnige idee”, heb ik zijn woorden niet ontvankelijk verklaard.
Vandaar deze blog!

 

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *